De doelstellingen voor het totaal aantal IMVO-convenanten worden steeds ambitieuzer, maar de resultaten blijven ver achter. Ondanks de oorspronkelijke doelstelling van tien convenanten in 2016 blijft de teller steken op twee sectorbrede convenanten en drie convenanten voor sub-sectoren. Zeker vijf convenanten zijn minimaal anderhalf jaar vertraagd. De structurele vertragingen en de gebrekkige communicatie daarover verdienen meer aandacht.

Dat blijkt uit een analyse van het MVO Platform van vijf brieven van de minister en twee Kamerdebatten (2014-2018) over het afsluiten van de IMVO-convenanten. Er zijn structureel grote vertragingen ontstaan en doelstellingen voor het afsluiten van de convenanten worden consequent niet bereikt. De vraag is of de opgelopen vertraging wel voldoende wordt geanalyseerd en of er lering uit wordt getrokken. Ook is de communicatie van het ministerie over de voortgang van de convenanten inconsequent en fragmentarisch. Een totaaloverzicht van de doelstellingen en resultaten van de convenantsprocessen wordt door het ministerie niet verstrekt.

Doelstellingen niet behaald

De oorspronkelijke doelstelling om in 2016 tien convenantenBron: Brief Ministers BuHaOS en Economische Zaken, 24 juni 2014, 26 485, nr. 187, p. 3.
af te sluiten werd al snel bijgesteld tot  zeven.Bron: Brief Ministers BuHaOS en Economische Zaken, 17 juni 2016, 26 485, nr. 220, p. 2. Daarbovenop kwam ook nog de aankondiging om acht extra convenanten af te sluiten in de eerste helft van 2017. Hoewel deze doelstellingen beiden niet zijn behaald, verhoogde het ministerie eind september 2017 het ambitieniveau nog verder: in 2018 moeten elf nieuwe convenantenBron: Brief Minister BuHaOS, 28 september 2017, 26 485, nr. 253, p. 1.
worden afgesloten.

Structurele vertraging

Tien convenanten die in juni 2016 werden aangekondigdBron: Brief Ministers BuHaOS en Economische Zaken, 17 juni 2016, 26 485, nr. 220, p. 2. zijn nog altijd niet afgesloten. Zo schreef het ministerie toen dat er voor de sectoren bouw en groothandel binnen een jaar een convenant zou worden gepresenteerd. Inmiddels loopt er voor die sectoren geen convenantsproces meer. Voor het afsluiten van het convenant voor de sub-sector natuursteen zijn maar liefst zes verschillende toezeggingen gedaan. Was er in november 2016 nog sprake van ‘het eerste kwartaal van 2017’,Bron: Brief Minister BuHaOS, 7 november 2016, 26 485, nr. 233, p. 2.
inmiddels is dit convenant vertraagd tot de ‘eerste helft van 2018’Bron: Brief Minister BuHaOS, 28 februari 2018, 26 485, nr. 257, p. 3..

Voor de (sub-)sectoren verzekeringen, sierteelt en land- en tuinbouw zou nog in 2016 een convenant worden ondertekend.Bronnen: Brief Ministers BuHaOS en Economische Zaken, 17 juni 2016, 26 485, nr. 220, p. 2.
en Brief Minister BuHaOS, 7 november 2016, 26 485, nr. 233, p. 2.
Later werd voor de sierteelt en land- en tuinbouw verschoven naar ‘half maart 2017’.Bron: Verslag van een Algemeen Overleg, Handels- en investeringsbevordering, 26 januari 2017, 26 485, nr. 240, p. 14.
Nu zegt het ministerie dat deze convenanten pas in de ‘eerste helft van 2018’Bron: Brief Minister BuHaOS, 28 februari 2018, 26 485, nr. 257, p. 3. of nog later dit jaarBron: Brief Minister BuHaOS, 28 september 2017, 26 485, nr. 253, p. 1.
klaar zijn, een vertraging van anderhalf tot twee jaar.

Bijsturen beleid noodzakelijk

Voor een succesvol convenantenbeleid is systematische, heldere rapportage over de voortgang en betrouwbare planning een basisvoorwaarde. Dit is relevant om het beleid bij te sturen. Dat dat nodig is blijkt uit deze vertragingen en uit het feit dat het overgrote deel van de bedrijven in de risicosectoren niet meedoet aan de convenanten. Zie hier de brief die het MVO Platform in februari verstuurde.